‘Enorm praktijkgericht!’ Dat is de eerste indruk die de meeste mensen van deze brief hebben. Het is een heerlijke beschrijving van het no-nonsens-christendom. Het gaat hier over de realiteit, niet over allemaal leerstellingen. Het geeft ons een duidelijk beeld van wat er van ons verwacht wordt.
In het nieuwe testament komen we vijf verschillende mannen tegen die Jakobus heten. Twee daarvan behoorden tot de 12 leerlingen die Jezus volgden. Weer een ander was de vader van Judas en één was een jongere. Als laatste hebben we Jakobus de halfbroer van Jezus. Dit is de schrijver van de brief.
Tijdens Jezus’ leven geloofden Zijn broers nog niet in Hem, maar nadat Jezus was opgestaan uit de dood, verscheen Hij aan Jakobus. Vanaf dat moment geloofde Jakobus en noemde hij zichzelf een dienaar van Jezus.
Jakobus wordt in de eerste gemeente van Jeruzalem een vooraanstaand persoon. Wanneer zich een lastige situatie voordoet onder de eerste gelovigen, dan komen de apostelen en oudsten samen om hierover te vergaderen (Handelingen 15). Daarbij is Jakobus één van de oudsten die het woord neemt en er wordt naar hem geluisterd.
De kwestie gaat over de vraag of de gelovigen uit de heidenen (de niet Joden) ook de wet van Mozes moeten houden en of zij zich moeten laten besnijden. Paulus en Petrus leggen uit dat dit niet de bedoeling is. Jakobus neemt daarna het woord en bevestigt dit.
De kwestie waar hier over vergaderd werd, lag zeer gevoelig. Het had tot een splitsing van de gemeente kunnen leiden. Jakobus is een wijs man en hij beroept zich op de geschriften en komt met het voorstel dat de gelovige heiden zich wel moeten onthouden van een aantal zaken. Dit komt de eenheid tussen Jood en heiden ten goede.
Het is rond deze tijd dat Jakobus hoort van allerlei misstanden die er spelen onder de gelovigen buiten het land Israël. Als reactie hierop schrijft hij zijn brief.
Wanneer Paulus over Jakobus schrijft, noemt hij hem een apostel (Gal. 1:19). Naast dat dit zijn autoriteit benadrukt, doet dit vermoeden dat Jakobus ook zendeling was naast zijn rol als oudste in Jeruzalem. In alle geval gingen de volgelingen van Jakobus op reis in het buitenland (Gal 2:20) en het zou goed kunnen dat zij hem over de misstanden hebben verteld, waarin hij zijn brief over schrijft.
Jakobus 1
2 Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, 3 want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. 4 Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet
‘Zonder strijd geen overwinning’
Jakobus begint zijn brief heel positief met ‘wees verheugd!’. In vers 2 wordt het wel wat vreemd, want we moeten ook blij zijn als we het moeilijk krijgen, namelijk als we in verzoekingen terecht komen. Dat is niet omdat problemen leuk zijn, maar omdat ze ons geloof sterker maken. Het is net als bij sporten: als je traint, word je sterker. Zonder strijd is er geen overwinning.
Je moet niet kijken naar wat je ervaart, maar naar het doel van de ervaring. Als je dat doet dan zou dat je enkel tot blijdschap moeten stemmen. Als je volhoudt, dan groei je in geloof en in vertrouwen op God.
‘Beproeving doorstaan werkt uit in volharding en dat resulteert in volmaaktheid’
Jakobus 1
5 En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden. 6 Maar laat hij er in geloof om vragen en daarbij niet twijfelen. Immers, wie twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind voortgestuwd en op- en neergeworpen wordt. 7 Want zo iemand moet niet denken dat hij iets ontvangen zal van de Heere. 8 Hij is een dubbelhartig man, onstandvastig in al zijn wegen.
Het lijkt erop dat Jakobus van de hak op de tak gaat in het eerste gedeelte. Hij begon met het onderwerp verzoeking en gaat nu op eens over naar wijsheid en gebedsverhoring. Als je de brief helemaal doorleest, zie je dat het allemaal bij elkaar hoort. Verderop in de brief (eind hst 3) komen deze onderwerpen uitgebreid terug en wordt duidelijk wat de verbanden zijn.
Met wijsheid bedoelt Jakobus geestelijke volwassenheid en als je daaraan te kort hebt, kun je dit aan God vragen en Hij zal het je geven.
Het twijfelen gaat niet over onzekerheid van het ontvangen, maar over het eten van twee walletjes. Je zegt te kiezen voor God, maar in de praktijk kies je voor de wereld. Als je dat doet, dan zal God je de groei niet geven en sta je je eigen geestelijke groei in de weg. God wil dat wij Hem volledig vertrouwen en geestelijk volwassen zijn.
‘God verhoort je vraag naar geestelijke groei (wijsheid)
als je in de praktijk ook voor Hem kiest (niet twijfelt)’
Als wij met één been bij God staan en met het andere in de wereld, dan verhoort God onze gebeden niet. Deze waarheid komen we ook tegen in de brief van Petrus. Hij schrijft over mensen die volharden in zonde, niet hen die af en toe fouten maken.
1 Petrus 3
15 De ogen van de Heere rusten op de rechtvaardigen, en Zijn oren zijn gericht op hun gebed; maar het aangezicht van de Heere is tegen hen die kwaad doen.
Jakobus 1
9 Maar laat de broeder die nederig is, zich beroemen op zijn hoge staat, 10 en de rijke in zijn nederige staat, want hij zal als een bloem in het gras voorbijgaan. 11 Want de zon is opgegaan met haar hitte en heeft het gras doen verdorren, ook is zijn bloem afgevallen en is de schoonheid van zijn uiterlijk verloren gegaan. Zo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken.
Ook hier lijkt Jakobus over te springen naar een ander onderwerp, namelijk rijk en arm. Maar het heeft allemaal met elkaar te maken. Dit wordt duidelijk als we straks bij hoofdstuk 4 komen. Daar komt gebedsverhoring uitgebreid aan de orde en ook daar vervolgt Jakobus met de thema’s nederigheid en rijkdom. De onderwerpen die hij hier in hoofdstuk 1 al even aanstipt.
God luistert niet naar je gebed als je kwaad doet, maar ook niet als je hoogmoedig bent. Als je rijk bent dan vertrouw je eerder op je spullen en geld dan op God. Dan ben je hoogmoedig. Als je er wat langer over nadenkt, weet je dat je bezit tijdelijk is. Dat besef zou je nederig moeten maken en daardoor weten dat je op God moet vertrouwen.
‘Iemand die arm is, maar op God vertrouwt, is in Gods ogen rijk’
Jakobus gaat verder in op de verzoekingen en vergelijkt het met oefenen voor een (sport)wedstrijd.
Jakobus 1
12 Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd gebleken is, zal hij de kroon van het leven ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben. 13 Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand.
14 Maar ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt.
15 Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart ze de dood.
16 Dwaal niet, mijn geliefde broeders!
Als je de test van je geloof doorstaat, ontvang je de krans uit de hand van de Koning zelf. Het lijkt erop dat we deze krans zelf kunnen verdienen door eigen kunnen, maar dat is niet hoe het werkt. De reden van ontvangst ligt in het feit dat wij Hem liefhebben. De beproeving doorstaan is het bewijs van die liefde.
God beproeft ons wel, maar verzoekt ons niet. Beproeving en verzoeking lijken hetzelfde, maar beproeving betekent het testen van het geloof en verzoeking betekent het verleiden tot zonde. Daarom kan God ons ook niet verzoeken, want God wil niet dat wij gaan zondigen en kan Zelf ook niet zondigen. Verzoeking komt van de tegenstander en vanuit onze zondige natuur.
‘Beproeving is het testen van ons geloof, verzoeking is het verleiden tot zonde’
De verzoeking maakt aanspraak op onze begeerte. We begeren een carrière, de auto van de buurman, de vrouw van een ander, of iets anders. De eerste verzoeking was al bij Eva, zij zag dat de vrucht van de boom begerenswaardig was om daardoor verstandig te worden. Haar begeerte werd aangesproken en toen ze de vrucht at, werd haar begeerte bevrucht.
Zo geldt dat ook voor ons, wij worden verleid met zaken waarnaar wij begeren. Als we een keer een verzoeking niet hebben kunnen weerstaan, dan vergeeft God ons als we daarom vragen. Maar let op, als wij geen weerstand bieden aan onze begeertes en vol overgave in de zonde gaan leven, dan resulteert dat in de dood. Een wedergeboren gelovige zou dat nooit doen.
Jakobus roept ons op om blij te zijn en ons te richten op de eeuwige dingen. Hij waarschuwt ons voor alle aardse verleidingen en maakt duidelijk hoe we ermee moeten omgaan. Wij moeten standhouden en sterker worden in ons geloof en ons afhankelijk blijven stellen van God en blijven investeren in een relatie met Hem.
